DNA-onderzoek moet duidelijkheid scheppen over vermeende resten van Brabantse hertogen in Sint-Pieterskerk in Leuven
Liggen de resten van de Brabantse hertogen uit de twaalfde en dertiende eeuw wel degelijk begraven in de Sint-Pieterskerk in Leuven? Dat proberen wetenschappers van de KU Leuven te achterhalen aan de hand van DNA-onderzoek. Het gaat onder meer om Hendrik de eerste, de eerste hertog van Brabant. Zijn vermoedelijk skelet is uit de graftombe gehaald voor een CT-scan, later willen de onderzoekers ook proberen om een reconstructie te maken van hoe zijn gezicht er vroeger uitzag.
Tand
"Hendrik I was de eerste echte hertog in de dertiende eeuw. Hij heeft vijftig jaar lang bestuurd vanuit Leuven", legt Maarten Larmuseau uit. "Dat zijn iconische figuren, en hun resten liggen in de crypte van de Sint-Pieterskerk."
(Lees verder onder de foto.)

De vraag is of die resten wel echt van de Brabantse hertogen zijn. De kerk raakte zwaar beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog, later werden er ook nog andere resten bijgezet. Daarom hebben wetenschappers van de KU Leuven ze uit de graftombe gehaald om te onderzoeken.
"We hebben bij bepaalde mensen of bepaalde skeletten een tand genomen." Maarten Larmuseau, Professor genetische genealogie
"Hendrik I had geen tanden meer, maar daar hebben we een stukje van het rotsbeen kunnen bemonsteren voor DNA-onderzoek", vult Larmuseau aan. "En met al die puzzelstukken samen gaan we kijken van: klopt dit wel? Zijn dit de resten? En ze zijn daarmee ook zeker ontsloten voor de toekomst."
(Lees verder onder de foto.)

Reconstructie
Het DNA wordt vergeleken met dat van Willem II, de kleinzoon van Hendrik I. Hij ligt met 100% zekerheid begraven in Middelburg. De resten waren in slechte staat, maar worden nu beter bewaard. Ook M Leuven werkt mee aan het project, het museum wil het verhaal van de Brabantse hertogen opnieuw tot leven brengen. Bijna letterlijk, want de onderzoekers zullen ook het gezicht van de hertog reconstrueren. "De schedel van Hendrik I is eigenlijk heel goed bewaard gebleven", zegt Larmuseu.
"De schedel is wel doormidden gesneden, het zijn twee delen. Maar met de CT-scans kunnen we dat reconstrueren. En met het DNA kunnen we ook zien welke kleur haar of ogen hij had."
"We kunnen een reconstructie maken van de persoon en die vergelijken met een portret. Dan zien we of dit een geïdealiseerde weergave is of dat hij echt zo uitzag." Maarten Larmuseau, Professor genetische genealogie
Eind 2027 zouden de resultaten van het onderzoek bekend moeten zijn.